Richard Lamberst, VZ Westerkwartier: ‘Als je een gemeente bestuurt, hoor je in de gemeenschap te zijn’

De partij is heeft een hele mooie overgang gemaakt, aldus lijsttrekker en wethouderskandidaat Richard Lamberst. VZ Westerkwartier is haar tweede periode in de coalitie aan het afronden en volgens Lamberst is de partij een verstandige coalitiepartner gebleken. ‘Wel eentje die de ruige randjes houdt’, lacht hij. Bovenal is VZ lokaal, maar wel een partij die zich beseft dat de belangen van Westerkwartier niet bij de gemeentegrenzen stoppen.
Eind 2023 stapt Lamberst in als wethouder Marjan Sijperda door ziekte gedwongen wordt haar taken neer te leggen. Na haar overlijden in april van 2024 wordt hij in mei van dat jaar officieel tot wethouder benoemd. In zijn takenpakket zitten nu onder andere het armoedebeleid, economische zaken, recreatie en toerisme en infrastructuur en verkeer. Het belangrijkste voor hem? ‘Blijven buiten spelen, dat heb ik de ambtenaren op het hart gedrukt toen ik aangesteld werd. Wij moeten zo weinig mogelijk op het gemeentehuis zijn. Gesprekken horen ín de dorpen gevoerd te worden.’
Een instelling die hij zeker ook van voorman van VZ Westerkwartier Ytsen van der Velde meekreeg. ‘Als je een gemeente bestuurt, dan hoor je in de gemeenschap te zijn’, heeft hij me meegegeven. ‘Wat ik van Ytsen geleerd heb, zijn de rust en de kalmte. Ytsen praat met mensen, hij staat met twee voeten in de klei. Hij laat zich uitgebreid informeren en neemt alle informatie mee. Zichtbaar zijn, daar waar mensen je nodig hebben of daar waar je plannen hebt, dat vind ik ook belangrijk.’
Van der Velde bouwde de partij op van een oppositiepartij in de gemeente Grootegast tot een partij die nu voor de tweede maal in de coalitie in de middelgrote gemeente Westerkwartier toetrad. De vorige verkiezingen boekte de partij een winst van 6 naar 10 zetels en leverde uiteindelijk niet één maar twee wethouders. De overstap naar coalitie vroeg wel wat van VZ. Er was zelfs mediation nodig tussen VZ en coalitiepartner ChristenUnie om tot een goede start te komen vier jaar terug. ‘Dat klinkt pijnlijk, maar wij hadden natuurlijk altijd in de oppositie gezeten en dat vergde een aanpassing. Ik denk dat VZ een mooie overgang heeft gemaakt. Van ruige oppositie partij naar ruige verstandige coalitiepartner. Want die ruige randjes houden we wel’, lacht hij.
Van der Velde is niet volledig uit beeld. ‘Samen met Harm Beute en Jenne Veenstra gaat Ytsen het VZ-loket bemannen. Een loket waar mensen terecht kunnen als ze een probleem hebben.’ Beute en Van der Velde vormen samen met wethouder Hans Haze en demissionair staatssecretaris Eddie van Marum en demissionair minister Gouke Moes een ‘duwblok’ onderaan de kieslijst. ‘Soms krijgen we het verwijt gekregen dat we niet lokaal genoeg zouden zijn als BoerBurgerBondgenoot. Maar wij zijn niet zo naïef dat we denken dat de belangen van onze inwoners ophouden bij de gemeentegrens. Als je kijkt naar het boerenbeleid, dan worden de besluiten genomen in Brussel en Den Haag. Het is een grote meerwaarde dat we ook daar onze lijntjes hebben.’
De letters VZ staan voor Veiligheid en Zorg. ‘En dit is nog altijd actueel. Veiligheid speelt in onze samenleving waarin polarisatie sterk aanwezig is en er steeds meer geweld is. Maar veiligheid speelt ook als het gaat om ondermijning en het tegengaan van drugsproductie. Bij Zorg denk ik direct aan de energiearmoede en verborgen armoede. Bestaanszekerheid en de schaamte voor velen die hun uiterste best doen om het einde van de maand te halen.’
Lamberst kijkt terug op een constructieve bestuursperiode waarin collegiaal bestuur centraal stond. ‘Het masterplan Leek-Tolbert is een mooi voorbeeld waarin elke wethouder zijn aandeel heeft en de collectieve inzet ervoor heeft gezorgd dat we veel hebben bereikt.’ Een grote verdienste van VZ vindt hij de rondweg om Leek. ‘Het is niet meer de vraag of deze er gaat komen, maar wanneer. Iets waar we ons vanaf 2018 hard voor hebben gemaakt.’ Hans Haze heeft zich hard gemaakt voor de woonplannen. ‘Die zijn nu voor elk dorp klaar. Het is ontzettend belangrijk dat elk dorp de woningen krijgt die er nodig zijn. Waarbij we oog hebben voor senioren, maar zeker ook jongeren. Als deze jongeren uit het dorp trekken en hun gezinnen elders stichten moeten scholen weg en winkels dicht, dan lijden verenigingen eronder en krijg je slaapdorpen. Wij willen alle 41 – en dat zijn er veel – dorpen leefbaar en levendig houden.’




