Groei, maar kom niet tot bloei

Ik hou van hobby’s; nou die heb ik dus niet. Handwerken of creatief zijn doe ik al genoeg met de dames, sporten valt bij mij niet onder de noemer plezier, koken en bakken mislukt te vaak om dit een hobby te noemen, spelletjes zijn niet aan mij besteed en een instrument bespelen heb ik momenteel geen tijd voor. Oudste dochterlief zei ooit in volle overtuiging: ‘iedereen kan iets heel goed, jij kan heel goed werken’, en ik heb dan het geluk dat mijn werk vaak ook gewoon een hobby is. Misschien ga ik toch iets te kort door de bocht, want de groene vingers lijken toch een soort van hobby aangeboord te hebben. Wie een blik op onze tuin werpt, zal het ongetwijfeld verbazen, maar stiekem hou ik er enorm van met plantjes bezig te zijn. Tijdgebrek – daar heb je dat werk weer en anders wel die talloze hobby’s van de kids die ik mogelijk maak – en oppervlakte zijn een dodelijke combinatie om echt tot goede resultaten te komen. Wie echter ons huis in stapt, zal zien dat groen de boventoon voert. Niet op de wand; maar er huizen toch zeker dertig planten op onze nummer acht. Vanaf het vroege voorjaar wordt de collectie uitgebreid met talloze zaailingen. Bij gebrek aan echte kas, kweek ik van alles op voor de ramen. De hoop op een zinnige groente-oogst heb ik al lang laten varen en de laatste jaren hou ik het bij bloemen en planten. Ik waag me aan zonnebloemen, korenbloemen en papavers, ga soms voor wat exotischers als bladamarant (prachtig!) of blaassilene. Succesnummers zijn elk jaar de petunia’s – in overvloed en bloemrijk – en lavatera’s – net schilderijtjes in het bloemhart. Voor u denkt dat u bij groei en bloei beland bent, zal ik terug naar onze – ietwat overwoekerde (braam en wingerd) – tuin. Dit jaar namelijk was de meeste energie die ik in mijn ‘hobby’ heb gestopt, voor niks. Die slakken bleven maar komen en aten in een week mijn met liefde opgekweekte bloemen op. Meer dan vijftig Zinnia’s, zeker dertig zonnebloemen, cosmea, korenbloem; alles verdween in de maag van die veelvraten. Manlief werd erop uit gestuurd voor een oplossing maar de korrels waarmee hij op de proppen kwam, bleken niet geschikt voor huisdieren en zo aten die slakken lekker door. Zelfs toen we wel het juist middel vonden om de laatste bloemen te beschermen, bleven die potten maar kaalgewiekt worden. Tot ik op een ochtend opzij keek en oog in oog stond met één van onze Duitse reuzen. In zijn bek één van de laatste takjes van mijn met liefde gekweekte potplanten. Dit mannetjeskonijn heeft het ontsnappen tot kunst verheven. Al driemaal hoogden wij het hok op (tot zeker 1.80 meter nu!) maar nog altijd weet hij balancerend op de reling die lager zit, zijn gewicht in te zetten om het gaas wat in te deuken en zo de vrijheid dag na dag tegemoet te gaan. Na een vast rondje langs mijn terrasbloempotten zien we meneer naar volle tevredenheid overal een hapje gras uitproberen. De lange oren duiken in de hele tuin op en als hij terug naar zijn liefje in de ren wil, gaat hij keurig voor het deurtje zitten. Dus nee, dit is zeker geen groei en bloei, maar groei en zie lijdzaam toe hoe het dikke konijn een einde maakt aan het enige wat bij een hobby in de buurt kwam.



