‘Tell me you are tired without telling me you are tired’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

‘Tell me you are tired without telling me you are tired’. Je hebt van die dagen dat je hardnekkig blijft volhouden dat je prima kan functioneren totdat je eigen functioneren je anders verteld. Afgelopen week ging ik vol goede moed met de dames op de fiets het huis uit. Na weken van regen – en dus vooral in de auto de deur uit – hadden we er echt even zin in om lekker het bos door te fietsen. Het hele spul zat op tijd op de fiets en iedereen had én gymspullen én brood en fruit mee, dus ‘so far so good’. Ik zette ze af aan het schoolplein, ging zelf naar kantoor en zag tevreden hoe het weer van redelijk fris opknapte naar ronduit lekker. Tussen de middag racete ik naar huis om de hond er even uit te gooien en wisselde optimistisch mijn warmere jas in voor een dunner exemplaar. Toen het tijd was de dames te halen, brak het zweet me opeens uit. Bij het wisselen van de jas had ik telefoon en huissleutel keurig mee gewisseld, maar was ik mijn fietssleutel vergeten. Daar stond ik met drie dames die op de fiets waren, terwijl ik zelf zonder auto én zonder fiets was. Even drie kilometer meelopen, is niet een strak plan. Ik nam de auto van manlief – één van de voordelen als je samen op kantoor zit – en besloot de fietsen van de dames op school te laten. Een dag later zouden we met auto heen gaan en op de fiets weer terug. Prima plan. De achtjarigen dachten er uiteraard anders over. Zo onredelijk als ze kunnen zijn tegen het einde van het schooljaar perste eentje er zelfs dikke tranen uit. ‘Maar ik wilde zo graag fietsen’. Mijn teruggekaatste ‘ik wil ook wel eens wat’ hielp niet. De hele week werd ik achtervolgd door kleine tekortkomingen. Een kat werd per ongeluk opgesloten in de slaapkamer (zonder kattenbak, dus vul maar in), de hond vergat ik uit te laten. We zaten bij vioolles zonder boeken en ik vergat de aardappelen klaar te maken bij het avondeten. Ik worstelde lekker verder tot op vrijdag de maat wel vol was. Ik begon lekker vroeg om facturen weg te werken – in de ochtend lopen die er drie keer zo snel door als eind van de dag en het geeft een enorm voldaan gevoel het hele spul in een vingerknip eruit te gooien – en stortte me daarna al op het eerste wasje van die dag. Toen de droger vol zat, bleek niks meer te werken. Ik had per ongeluk een kinderslot aangezet en ik kreeg het er met geen mogelijkheid af. Google bleek mijn best friend en de oplossing was gelukkig redelijk vlot gevonden. Ietwat gestresst liepen we de deur uit. Toen ik de oprit afreed, spotte ik de plastic zakken van buren langs de weg. De stapel bij ons waren we uiteraard vergeten. Ik stapte de auto uit en met dank aan de enthousiaste aanmoediging van oudste dochterlief - ‘rennen mama’ – sprintte ik weg. Achter me hoorde ik gegil wat ik voor extra support aannam. Tot ik omkeek en de auto zag wegrollen. Ik sprintte de andere kant op, dook erin – wonder boven wonder had ik de deur ook open laten staan – en trok aan de handrem. De rest van de week heb ik me kalm gehouden, erg kalm.

UIT DE KRANT