Maria’s Mooie Mensen 606 16 juli 2024

Manlief en ik staan zeker niet altijd vooraan om te helpen op school. Een combinatie van de drukte op kantoor en het gebrek aan vrije tijd, maakt het moeilijk om overal bij te springen. Trouw probeer ik elk jaar te helpen met het maken van kerststukjes – daar kan je geen kinderen bij kwijt raken – en zodra er gereden moet worden ben ik ook paraat. Autorijden kan ik beter dan knutselen. Manlief zou het allerliefste eens mee op schoolreis gaan. Gevraagd zijn we tot op heden niet. We weten allemaal dat die plekken felbegeerd zijn en je hier over het algemeen iets meer aanwezig voor moet zijn - iets meer ouderpunten moet halen zeg ik dan gekscherend -, dan wij kunnen. Oudste dochterlief ging afgelopen week op kamp en helaas voor manlief, was hij ook dit keer niet de uitverkorene. Echter zag hij nog een kans toch even aan te haken, want op het avondprogramma stond een spooktocht en die wilde hij maar wat graag meemaken. Zelf vond ik het wel heilig; ’s avonds in zo’n bos een beetje kinderen laten schrikken, laat dat maar aan mij voorbijgaan. Maar toen manlief samen met twee andere vaders bij ons op kantoor verzamelde om eens een route te verkennen, begon het toch te jeuken. Bovendien: dit kon de enige keer zijn dat we hiervoor in aanmerking komen. Voor ik wist zat ik op marktplaats op tweedehands rollators te jagen en liet ik de achtjarigen afgehakte handen namaken. In ons huishouden houden we niet van half werk en zo was twee weken lang alleen al de voorpret onbetaalbaar. Oudste dochterlief kreeg het stilaan benauwder en benauwder van haar ouders, al hielden we alles strikt geheim. Zo bracht ze zelfs een hele middag verplicht op haar kamer door, terwijl ik beneden met haar zusjes oude lakens van nepbloed voorzag. Met deze leeftijd – groep 7 – is het enorm balanceren tussen wat leuk en wat té is. Zelf bleven we het credo: ‘je schrikt en kan dan lachen’, hoog houden. ‘Bedenk ook continu dat dit dus je ouders zijn die er zo gek bij staan’, drukte ik oudste dochterlief op het hart. Tien van deze gekke ouders verzamelden op de bewuste avond op een lege parkeerplek aan de rand van het bos. De één met een barbecue met afgehakte vingers, de ander met een simpel belletje en eng pak, weer een ander produceerde een moeilijke constructie met een vallende spin. Enig fanatisme was niemand vreemd: ‘we moeten de muziek niet te snel aanzetten, want dan geven we onszelf prijs’. Eenmaal in positie hadden wij moeders het niet te breed. Ook wij hoorden de weerwolven van de post verderop en waren maar wat bang verrast te worden door de grote broer die als spook rondliep op de route. Ik midden wachtte midden op het pad achter mijn ‘rollator des afgehakte handen’ het spul op, waarna manlief met een overal vol stro ze verraste met zijn ‘lijk’ en de andere als laatste de boel met een simpel ‘boe’ het meest liet schrikken. Dát was het idee. Meestal kwamen we zo ver niet, want het gros van de kids haakte af vóór ze überhaupt in dat bos waren, een ander deel huilde al zo hard na het horen van het belletje – één post voor ons - dat wij spontaan overgingen op vrolijke dansjes. Het lijkt er inderdaad op dat dit de enige keer was, dat wij hiervoor in aanmerking kwamen.



