Labelloos

Het denken in beperkingen is tegenwoordig wel een dingetje. Een ieder kan wel een labeltje krijgen en aan iedereen is wel wat te verbeteren. In mijn drie dochters zie ik drie totaal verschillende meisjes. Tuurlijk zijn er overeenkomsten, maar helemaal met de komst van onze eeneiige tweelingdames, hebben wij besloten juist te zien wat ze zo uniek maakt. Zo hebben wij er eentje die je niet genoeg te leren kan aandragen, maar ook eentje die zich liever niet teveel inzet. Eentje die a-sportief is en eentje die juist enorm fysiek is. Eentje die nooit iets onthoudt, maar ook eentje die alles weet. Nog meer dan haar moeder soms – ‘mama vergeet je niet dat we moeten gymen vandaag?’. Met een kritische blik zou het gestructureerde gedrag van oudste dochterlief ongetwijfeld bij één of ander label passen. Vroeger al ging ze niet naar bed voor de kleine Fisher Price poppetjes allemaal weer op de juiste plek stonden. En passant bouwde ze dan van haar blokken ook een overnachtingsplek voor de diertjes waar je ‘u’ tegen zegt. Dat ze liep met negen maanden, het alfabet kon voor ze twee was en ook nu laat zien altijd verder te zijn dat leeftijdsgenootjes, hoeft wat ons betreft geen sticker te krijgen. Zij heeft altijd wat meer haast in het leven; zo noemen wij dat. Onze middelste kan weleens moeite hebben met prikkels. Ook hier is vast een leuk labeltje voor. Zelf weet ik niet beter. Als baby vond ze het al verschrikkelijk om verschoond te worden in drukke wc’s onderweg. Alle bewegingen en geluiden op zulke plekken – en dan met stip op één die handblazers – waren voor haar een crime. Nog altijd weten we dat zij na een drukke dag uit ruimte nodig heeft om weer tot rust te komen. En dan vinden we het allemaal alleen maar fijn als ze dat gewoon pakt. Je moet haar niet teveel op de huid zitten; kunnen wij ons ook wel wat bij voorstellen. De jongste is een heuse vlinder. Zij fladdert door het leven al is het niet moeilijk haar luchtige levensinstelling neer te slaan. Ze is enorm gevoelig voor sfeer en kan letterlijk weerstand voelen als er iemand in de ruimte niet goed in zijn vel zit. Zo erg dat je haar dan over de drempel moet slepen. Of misschien moet je dat dan dus niet willen. Soms lijkt het leven aan haar voorbij te gaan. Ze zit in haar eigen wereldje – een heel fijn wereldje – en kan zomaar vragen naar iets waar we het net uitgebreid over gehad hebben. Om het een uurtje later weer aan te kaarten. Een juf signaleerde ook haar dromerige gedrag. Even was ik bang voor een label of stickertje. Ongetwijfeld zou je haar – maar ook de andere dames – langs een checklistje kunnen leggen en er een leuke naam op kunnen plakken. Maar gelukkig concludeerde ook de juf dat ze prima functioneert op haar eigen manier. En dat dit blijkbaar haar manier is om te leren. Nu de wereld nog leren dat het prima is als je je eigen manier functioneert.



