Veranderdrang

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Manlief is het allang gewend: geregeld heb ik het op de heupen en moet het huis eraan geloven. De laatste weken (ja zo lang al) móet dat huis aan de kant. Hoe drukker ik word, hoe lastiger ik het vind dat het huis niet netjes en opgeruimd is. Met vier huisgenoten die juist grossieren in de rommel een lastig gegeven. Doordeweeks word mijn aandacht opgeslokt door werk en nog meer werk, door het combineren van al dat werk met de dames, de hond die eruit moet en die oneindige was die moet draaien, maar in het weekend valt mijn oog dan op de doordeweeks verzamelde rommel en begint het te jeuken. En zo heb ik de laatste weekenden al alle planten door handen gehad en een nieuw plekje gegeven, heb ik de knutselspullen uitgedund en de speelgoedhoek – die hebben we nóg wel, zolang ze lekker spelen, blijft hij – helemaal aangepakt. Ook heb ik de badkamer geprobeerd te redden (bleek onmogelijk) en een deel van de keuken opgeruimd. Die eettafel is een constante strijd. Dierenplaatjes van de super, wat gereedschap van manlief en de kleine rommeltjes die oudste dochterlief verzameld; in een week is er weinig over van de nette en schone start die we altijd wel na het weekend proberen te maken. Aan mijn grootste ergernis, de rondslingerende kledingstukken en schoenen, probeer ik dagelijks iets te doen. Een dag niet gewassen, is een dag niet geleefd. Afgelopen weekend stonden de ramen op het programma. Opeens was ik he-le-maal klaar met de gordijnen. Schoonhouden van deze witte raambekleding – ooit uitgezocht vóór hond en kinderen hun intrede deden – is onmogelijk en daardoor oogde het altijd smoezelig en vol. En dus trok ik ze eraf. Manlief is dus wel gewend; die liet me mijn gang gaan, al kon het hem ‘he-le-maal niks schelen’. Onze niet zo van verandering houdende dochter keek het met lede ogen aan. ‘Kan het niet gewoon blijven zoals het is?’ Zij verzette zich hardop tegen mijn plannen en weigerde mee te gaan om nieuwe raambekleding uit te zoeken. Ik heb inmiddels al geleerd: meebewegen zonder toegeven is het devies. Wil je eerst je verfwerkje afmaken? Prima, kan het mooi drogen als we weg zijn. Nog even een lekker koekje voor we weggaan, andere sokken aan? Allemaal goed, maar we gaan wel. Eenmaal terug pakte zij haar knutselwerk er weer bij, maar hield ze angstvallig mijn activiteiten in de gaten. Het kostte mij overigens nog een dag om na al deze plannen de ramen ook nog weer eens schoon te krijgen. Zal je zeker alles vóór de ramen wel opfrissen, maar al die handen en hondenneuzen erachter niet wegpoetsen. Maar goed: eind goed al goed; huis weer een stukje opgeruimder, ramen een heel stuk schoner. De eindstand: manlief kon het nog steeds weinig schelen, oudste dochterlief met een aardje naar haar vaartje stond er net zo in, de jongste immer enthousiast zoals we haar kennen en de middelste bleef argwanend volhouden dat het eerder beter was. En vooral pleiten dat haar moeder niet weer zo’n weekend zou inzetten.

UIT DE KRANT