Ageeth van der Spoel: ‘Vriendinnen zijn vaak jaloers op mij; de hele dag in de geur van verse wafels’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Noordenvelders Noordenvelders

VEENHUIZEN - Het zonnetje daalt neer op het mooie Veenhuizen, dat zich op dat moment nog in een soort van ruststand bevindt. Aangekomen op het terrein, dat zich bevindt aan de Oude Gracht, staat de Noordenvelder van deze week de tafeltjes buiten te poetsen. Ageeth van der Spoel is de trotse eigenaresse van de Deco-Loge in Veenhuizen. ‘Ik maak nog even de loge open en dan kom ik bij je’, zegt ze. En ze loopt met de sleutels naar buiten om de loge te openen: een leuk hokje aan de voorzijde van het pand waar een gezellig hoekje is ingericht. In tijden van weleer diende het hokje als portiesloge.

Ze groeit op in Norg, waar ze een mooie jeugd kent, samen met haar zus Marjan. Net als de meeste kinderen in het dorp brengt ze haar basisschooltijd door op OBS De Hekakker en volgt ze later de mavo in het dorp. ‘Ja, het was een leuke tijd’, lacht ze. Wanneer ze een vervolgopleiding moet kiezen, weet ze eigenlijk niet goed wat ze wil. ‘Ik heb nog nooit echt een idee gehad van wat ik later wilde worden.’ Ze besluit om de opleiding SPW (Sociaal Pedagogisch Werk) te gaan doen. ‘Daar heb ik uiteindelijk niet veel meegedaan, want de kinderen werden geboren en in combinatie met het boerenleven was dat niet handig.’ Haar boerenleven speelt zich af in Bunne, waar ze zich voornamelijk bezighoudt met de opvoeding van de drie kinderen en nog enige tijd vrijwilligerswerk verricht bij de peuterspeelzaal. ‘Ik heb het altijd met alle liefde gedaan!’ 

Tijdens het gesprek komt ook haar zus Marjan binnengelopen in het pand. De zussen verschillen qua uiterlijk, maar ook zeker qua innerlijk. Toch is het een ideale match om samen de wafelbakkerij te runnen. Ook hebben ze negen jaar geleden een pension gekocht in Norg, waar ze twee woningen hebben gerealiseerd.  Marjan heeft jaren in Veenhuizen gewoond en verbaast zich nog steeds over het feit hoe druk het kan zijn in het dorp wanneer het zonnetje doorbreekt. ‘Ik kreeg als inwoner weinig mee van wat zich allemaal afspeelt hier op het gevangenisterrein en hoeveel mensen er op de been zijn.’ Het werken hier geeft hen veel plezier, maar ze zijn beide blij dat ze weer terug zijn in Norg. ‘Ja, we verschillen inderdaad best wel veel’, geeft Marjan aan. ‘Ageeth is heel rustig en als iets goed is, dan is het goed. Ik ben daarentegen altijd wel in voor verandering en ben ook de creatieveling van ons tweeën.  

Die creativiteit van Marjan is ook terug te vinden in de Deco-Loge. ‘Marjan kreeg, toen ze hier nog in Veenhuizen woonde’, vult Ageeth aan, ‘de portiersloge aangeboden. Toen belde ze mij en ik was ook meteen enthousiast! We kregen ook al snel te horen dat de ruimte ernaast ook vrij kwam en zo zijn we kleinschalig begonnen. Iedere keer als we weer wat verdiend hadden met de verkoop van de cadeauartikelen die we verkochten, kochten we weer iets nieuws. De klanten wisten ons steeds beter te vinden! Toen we uiteindelijk steeds vaker te horen kregen; Goh, je zou hier ook best een kopje koffie kunnen gaan drinken’, zijn we ook het avontuur aangegaan om de horeca erbij te gaan doen.’ En ook al geeft ze aan dat ze daarin inmiddels helemaal haar draai heeft gevonden, vond ze dat in het begin toch best wel spannend. ‘Marjan heeft altijd al affiniteit gehad met de horeca, maar ik vond het wel spannend, omdat ik er geen ervaring mee heb.’

Ze hebben dus inmiddels van hun hobby hun beroep kunnen maken en genieten daar nog steeds, iedere dag van. ‘Ik ben hier meestal vijf dagen in de week’, zegt Ageeth, ‘en daarnaast pas ik ook nog twee dagen in de week op mijn kleinkinderen van twee jaar en van negen maanden. ‘Het is zo prachtig om de hele dag te horen: Omaaaa!’, en daarbij straalt ze van oor tot oor. Inmiddels is ook hulpje Benthe het pand binnengestapt. Een leuke, gezellige meid die naast hun familie Ageeth en Marjan ondersteunt in de Deco-Loge. ‘Mijn vriendinnen zijn vaak jaloers op mij’, lacht ze vanachter de toonbank. ‘Ik ruik natuurlijk altijd lekker wanneer ik thuis kom en zit altijd vol leuke verhalen over van alles wat ik weer heb meegemaakt. Ik ben hier graag en vind het ook vooral leuk om te zien dat, iedere keer als ik hier binnenkom, er wel weer iets veranderd is.’ De geur die Benthe met zich meebrengt naar huis en die ook al bij aankomst bij het pand te ruiken is, is de geur van verse wafels die ze verkopen. ‘Je kunt er gewoon heel leuke dingen mee verzinnen en het is altijd vers’, en wijst naar de jubileumwafel die ze aanbieden. ‘We bestaan dit jaar alweer vijftien jaar. Ik hoopp nog altijd een keer te horen, wanneer ik bijvoorbeeld in Roden loop; Hé, dat is die mevrouw van de wafels!’

UIT DE KRANT