‘Trijnie is de enige BABS met een secretaris’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Noordenvelders Noordenvelders

RODEN - Terwijl Trijnie Antons haar verhalen deelt over haar carrière als BABS van de gemeente Noordenveld, zit haar man Johan Antons mee te genieten op de achtergrond. Af en toe klinkt er vanuit hem een bevestiging op een vraag die haar wordt gesteld. Het is duidelijk dat ze haar taak niet alleen draagt en veel deelt met haar man ‘Johannesie’, zoals ze hem liefkozend tussendoor steeds noemt. ‘Mensen zeggen weleens gekscherend dat Trijnie de enige BABS is met een eigen secretaris,’ lacht hij terwijl hij ook aanschuift aan de keukentafel. Een ideaal moment om ook hem bij het gesprek te betrekken en te interviewen als Noordenvelder van deze week. Samen in één krant, als dat niet romantisch is?

Voluit heet hij Johannes, maar een juf in de tweede klas van de lagere school vond dit te lang en korte het af naar Johan. ‘En zo ging ik al snel door het leven als Johan, al zijn mijn ouders mij wél altijd Johannes blijven noemen hoor,’ lacht hij. Hij groeit op in Delfzijl, waar zijn ouders een boerderij hebben. ‘Toen ik werd geboren had ik twee oudere broers die al zeventien en negentien jaar oud waren. Daar achteraan kwam mijn zus, maar die overleed op veertienjarige leeftijd en na mij kwam nog een broertje.’ Hij ontmoet zijn vrouw wanneer ze op de Kweekschool zitten, nu de PABO. Na zijn opleiding gaat hij eerst in militaire dienst, en wanneer hij daar weer uit komt, aan de slag als onderwijzer in Hoogezand. ‘Het was in die tijd heel normaal dat je naast je diploma voor onderwijzer ook je hoofdakte behaalde, waarmee je uiteindelijk directeur van een school kon worden. Tijdens die opleiding kreeg ik helaas de bof en kon een stage niet afmaken.’ Zijn hart ligt bij het onderwijs, maar wanneer hij in aanraking komt met een logopedist begint het bij hem te knagen. ‘Dat leek mij óók wel een leuk vak. En dus ben ik naast mijn baan als onderwijzer een opleiding voor logopedist gaan volgen. Ik wilde mij daarin wel gaan onderscheiden en niet de standaard a,o,u en e klanken bijbrengen, maar vooral opstaan voor kinderen die moeite hebben met het uitdrukken van gedachten of gevoelens.’ In die tijd was een logopedist nog gekoppeld aan een school en kwam de subsidie van de gemeente. Antons start in Nieuw-Roden op de Meester De Vriesschool, waar velen hem wellicht ook nog wel van zullen kennen. ‘Ik heb de wethouder van toen ook weleens gevraagd wat ze liever zagen: Keurig sprekende Rodenaartjes of wellicht kinderen die konden omgaan met hun gevoelens en hun gedachten wisten uit te spreken.’ Met een speciaal opgesteld programma weet hij veel te doorbreken op het gebied van logopedie. ‘Kinderen die naar het speciaal onderwijs gingen toentertijd kwamen terecht op de Commissaris Cramerschool in Roden. Ook die leerlingen kregen ondersteuning vanuit ons programma. Ik weet nog dat de toenmalige directeur vaak complimenten kreeg van leerlingen, die dankbaar waren voor wat hen was geleerd vanuit ons programma. Ze stonden in hun eigen kracht en waren daardoor verder gekomen dan ze ooit hadden gedacht. Dat is ook mijn motto: Laat mensen in hun waarde.’ Logopedie, hij heeft zijn ziel en zaligheid er in gestopt en vooral ook verder gekeken naar de standaard vorm, hij keek naar wat het kind écht nodig had. Toen op den duur logopedie vanuit scholen kwam te vervallen, omdat het niet meer gesubsidieerd werd vanuit de gemeente, raakte hem dat enorm. ‘Daarmee verviel de zorg die wij al die tijd hadden geleverd en waar ook behoefte aan was.’ En het is duidelijk te zien dat hem dit nog steeds raakt. Wanneer het aankomt op taal is hij dan ook nog steeds oplettend. ‘Taal is belangrijk, kinderen leren dit tegenwoordig veel minder doordat ze veel gebruikmaken van bijvoorbeeld hun mobieltjes. Maar ook voor volwassenen is de taal erg belangrijk. Ik was dan ook geroerd door het artikel over Elso Sikkema. Het omschreef heel mooi en goed de essentie van het werk wat ik al die jaren heb mogen doen.  Ik gun dat iedereen, die hulp, maar misschien ben ik ook wel te gedreven hierin hoor,’lacht hij.’ Op dat moment klinkt de deurbel en wordt er een boek bezorgd. ‘Ik mag graag lezen, vooral wanneer het verhalen zijn met herkenning. Onlangs hadden we het Poëzieontbijt in de Winsinghhof in Roden. Daar werd een gedicht voorgedragen door Henny Bouwman. Ze is bezig met haar levensverhaal en vertelde over haar vader die stopte als boer. Hij stond in een lege koeienstal. Ik keek meteen naar Trijnie: dit herkende ik van mijn eigen vader.’

UIT DE KRANT