Noordenvelder Bonsje Nijboer: ‘Als ik iets zie, dan maak ik het’

Afbeelding
Foto:
Noordenvelders Noordenvelders

RODEN - Bij binnenkomst valt meteen een kledingrek met kostuums op en ook op de keukentafel wordt duidelijk dat hier hard gewerkt wordt. Meters blauwe, witte en rode stof sieren de tafel en de stoelen die eromheen staan. Het laat zich niet moeilijk raden wat het uiteindelijk moet worden: een circustent. Bonsje Nijboer is er dan inmiddels ook al vier weken erg druk mee. ‘Als ik iets zie, dan maak ik het’, lacht ze. ‘Maar is wel en bewerkelijk klusje hoor, wat ik niet snel zo maar weer zal doen’, geeft ze eerlijk toe.

Ze groeit, net als haar man Dick Nijboer, op in Groningen. Waar hij, 35 jaar geleden, op keek tegen de verhuizing, zag zij er juist naar uit. ‘Rust’, zegt ze. ‘Het leek mij heerlijk.’ Ze leren elkaar kennen wanneer ze 17 jaar is, op camping Schelfhorst. ‘Ik had er helemaal geen zin in, kamperen. We hadden ook nog eens geen auto, dus we moesten op de fiets naar Paterswolde. Achteraf werd het een fantastische vakantie en heb ik erg genoten. Al heb ik kamperen nooit leuk gevonden en zit ik ook liever gewoon in een huisje.’ Ook zij kent een actief leven en wilde na de mavo, naar Boerhave. Een opleiding tot receptioniste, maar dat liep anders. ‘Ik heb dat een jaar gedaan, maar vond het gewoon niet leuk. Communiceren met mensen vind ik heel belangrijk, maar dan voor met de persoon zelf, in levenden lijve. Een telefoongesprek, daar had ik niets mee. Ik heb ook pas sinds korte tijd een mobiele telefoon’, lacht ze hartelijk. Ook bij de baan die ze vindt, nadat ze haar opleiding heeft gestaakt, geeft ze meteen aan dat liever niet te veel met de telefoon doet. Haar kwaliteiten liggen elders en ze laat zien dat ze vooral een snelle typer is, één met een fotografisch geheugen. ‘Ik heb een fantastische tijd gehad, daar bij de verzekeringsmaatschappij, zeven jaar lang.’ Ze krijgen drie kinderen en altijd is ze bezig om de kinderen creatief bezig te houden. ‘Ik vond het heerlijk om met ze te knutselen en te tekenen. Dat kon ik dan zelf ook gewoon heel goed. Ook de traktaties maken voor hun verjaardagen op school, waren voor mij ieder jaar weer een fantastische uitdaging’, zegt ze trots. Ook nu knutselt en tekent ze nog steeds heel graag met hun kleinzoon Ryan. ‘Hij is 8 jaar en kan al heel goed tekenen en is heel nauwkeurig. Heerlijk is het dan ook om dat samen te doen.’ Haar grootste hobby is toch wel naaien. ‘Dat heb ik mij, met name, zelf eigen gemaakt. Van huis uit heb ik dat volgens mij niet meegekregen en op school heb ik er nog wel les in gehad. Het geeft mij ook rust. Ik heb jarenlang te kampen gehad met veel hoofdpijn en door creatief bezig te zijn, kon ik dat voor mijzelf naar de achtergrond zetten.’ Inmiddels is ook zij alweer twaalf jaar besmet met het virus, rondom de Spelweek. ‘Ik doe vooral veel vanuit huis, zoals het maken of herstellen van de kostuums, pannenkoeken bakken en salades maken.’ Ze heeft al heel wat creatieve, creaties in de loop van de jaren gemaakt. De zolder hangt er dan ook vol mee. ‘Inmiddels ben ik al wel een beetje aan het opruimen hoor’, lacht ze. ‘Af en toe dan komt iemand wel naar mij toe en wanneer ik het dan heb hangen mogen ze het van mij ook mee. Het verzamelen daarvan daar neem ik langzaamaan afscheid van. Ik heb boven bijvoorbeeld ook een enorm e bak met 900 klossen garen staan. Ja, wat moet je er uiteindelijk mee, hè? Ik heb die ooit eens overgenomen van een marktkoopman, maar dat krijg ik er natuurlijk nooit allemaal doorheen.’ Dat het handig is dat ze zo goed kan naaien, daar maakt ook haar dochter Astrid, dankbaar gebruik van. ‘Ik heb bij de opvang weleens een thema en dan maakt mijn moeder de capejes voor de kinderen’, geeft ze lachend aan. ‘Ja, dat is toch ook fantastisch om te doen!’ vult haar moeder aan. ‘En vergeet niet de pietenpakken die je allemaal voor mij hebt gemaakt’, zegt haar man. ‘Ze heeft zelfs een Elvis-pietenpak gemaakt en een professor-pietenpak.’ Gouden handjes dus, wordt steeds duidelijker. Voor nu dus nog even de circustent die zal schitteren op het podium van de Spelweek. ‘Ik weet nog niet zeker of ik er zelf bij zal zijn wanneer ze het gaan aankleden, maar met duidelijke instructies, komt het vast goed.’ En het is duidelijk dat die instructies worden overgedragen aan haar man en dochter, wanneer ze met een schuin oog over de tafel kijkt. ‘Het is jammer dat ik niet zo actief ter plaatse kan zijn, want ze kunnen nog echt wel wat extra hulp gebruiken bij de Spelweek. Toch vind ik mijn bijdrage in deze al wel genoeg.’

UIT DE KRANT