Noordenvelder Marinus van der Veen: ‘Het is goed zo. Ik heb het al die jaren met veel plezier gedaan’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Noordenvelders Noordenvelders

NIEUW-RODEN - Een foto op de plek waar hij, op enkele weken na, 20 jaar lang het beheer had over het hertenkamp in Nieuw-Roden, Erebergkamp. Hij heeft het altijd met heel veel plezier gedaan, maar nu zijn gezondheid het laat afweten, is het tijd om te stoppen. Marinus van der Veen zal op 14 november voor de laatste keer de dieren voederen en zijn ronde over het terrein maken. ‘Het is goed zo’, geeft hij aan. ‘Al zal het best weleens moeilijk worden wanneer ik langsloop en denk: waarom doen jullie dit nu zo?’

Het is herfst, de grond is nat en koud, maar met het doorbrekende zonnetje ook wel enigszins aangenaam bij het hertenkamp. Bij Van der Veen thuis is het behaaglijk en warm. Een plak olwiefkoek en een bakje koffie maken het plaatje compleet op de keukentafel. ‘Als wij, van het bestuur, op een zaterdag aan de klus gingen bij het hertenkamp, was dat ook de bijdrage van mijn vrouw: koek en koffie.’ En dan komen er tranen in zijn ogen. Zijn vrouw overleed een jaar geleden op 14 november en dat is ook de reden dat hij op deze dag zijn laatste dag als beheerder van het hertenkamp zal vervullen. ‘Ik heb in 2023 al aangegeven dat de winter van 2024 mijn laatste zou zijn als beheerder van het hertenkamp. De winter is een zware periode voor het onderhoud, vooral wanneer het vriest. Ik merkte dat ik dat niet meer aan kon. Vooral de vijver was een gevaarlijke plek voor de dieren, zodra deze ging bevriezen. Als ze erop zouden gaan staan, konden ze erdoorheen zakken. Daarom ging ik er elke dag heen om het ijs rondom kapot te hakken.’

Zijn liefde voor de herten begon in 1975, toen hij en zijn vrouw een oude boerderij kochten aan de Terheijlsterweg. ‘Ik ben geboren aan de Terheijlsterweg. In 1962 lieten mijn ouders een huis bouwen aan de Esweg, waar we nu wonen. Ik was toen 16 jaar. Toen ik mijn vrouw ontmoette, hebben we eerst via mijn werk een woning toegewezen gekregen in Roden en zijn we na twee jaar verhuisd naar Zevenhuizen in 1970. We woonden er fijn, maar toen er in 1975 een boerderijtje te koop kwam aan de Terheijlsterweg besloten we die te kopen.’ En opnieuw werd er een verbouwing in gang gezet. Gelukkig is hij handig, want de bouw heeft altijd al zijn interesse gehad. Na een grondige verbouwing en het bijkopen van land kwam het idee in 1983 om een hertenkamp aldaar te beginnen, naast de postduiven die hij al had. Het was een tijd waarin het echtpaar nooit stilzat. Ze waren altijd samen bezig om ervoor te zorgen dat alles rondom het huis netjes werd onderhouden. ‘Uiteindelijk werd het te veel en hebben we besloten dat we kleiner wilden gaan wonen. De kinderen waren inmiddels de deur uit en mijn moeder kwam te overlijden. Daarmee kwam dus het huis aan de Esweg vrij en hebben we dat gekocht.’ De duiven verhuizen mee en samen met de toenmalige boswachter Theo wordt er een plan gemaakt voor de herten. 

Op dat moment is Van der Veen al bestuurslid van het hertenkamp in Nieuw-Roden. ‘Mijn broer was vanaf de oprichting in 1968 voorzitter en mijn andere broer de beheerder. Uiteindelijk ben ik in januari 2006 beheerder geworden en kreeg ik de sleutel van het hertenkamp in mijn bezit.’ Het stuk grond van het hertenkamp is in eigendom van de gemeente, maar voor de rest dragen de bestuursleden en hun donateurs alle kosten zelf. ‘Als beheerder regelde ik alles zelf. Van het voer, tot het verzorgen van de dieren en van het repareren van het hek tot aan de dekkingen van de geiten en de schapen.’ Het is duidelijk aan hem af te lezen dat hij dit alles altijd vol passie heeft gedaan. Hij kijkt dan ook terug op deze tijd, als een tijd vol plezier. ‘Ik ging iedere ochtend rond 09.30 uur naar het hertenkamp. Voerde de dieren, liep over het terrein en nam beslissingen. Ik heb ook wel bijzondere dingen meegemaakt hoor’, lacht hij. ‘Bijvoorbeeld iemand van de dierenbescherming die mij aansprak tijdens de winter: De Shetlandpony kan zo toch niet lopen op het terrein? Het is veel te glad voor hem. Ik moest de beste man vertellen dat het geen pony was, maar een schaap. Bijzonder toch?’ 

Van der Veen is dankbaar voor alles wat hij die jaren heeft mogen doen en ook dankbaar voor de donaties die ze extra hebben gekregen in al die jaren. ‘Mijn vrouw heeft altijd alles bijgehouden in een “plakboek”, wanneer we weer eens in De Krant kwamen bijvoorbeeld.’ En hij wijst op de mappen die op het aanrecht liggen. ‘Het is goed zo. Mijn duiven zijn er nog en daar haal ik nog steeds veel plezier uit.’ 

Afbeelding

UIT DE KRANT