Noordenvelder Hendrik de Vries

RODEN - De Noordenvelder van deze week is Hendrik de Vries. Voor velen ook wel bekend als “Spack”. Deze bijnaam heeft hij omdat hij in de omgeving vooral bekendstaat als stukadoor en spackspuiter. Een man met een gouden hart en betrokken bij de mensen om hem heen. Hij is reislustig en vooral een levensgenieter. ‘Ja, ik heb er al heel wat vlieguren op zitten. Nog een droom voor een vakantie? Mensen gaan mij vast uitlachen, maar Antartica lijkt mij echt geweldig.’ Voor wie hem nog niet kent? Er rijdt maar één gele bus in deze regio rond, met zwarte strepen en dan weet je: dat is Hendrik.
Als baby groeit hij op aan het Julianaplein waar zijn ouders een huis hebben naast de schoenenzaak van de familie Huizing. ‘Ze hadden daar een box in de zaak staan en als mijn moeder dan boodschappen ging doen dan paste Annie Huizing vaak op mij’, lacht hij. Voor de Roners onder ons: dan weet je dat hij in een “gouden box” zat bij hen. Later verhuist het gezin naar het Wapen van Drenthe waar ze een appartement betrekken boven het café/restaurant. ‘Het was van mijn opa en oma en mijn vader zat in de zaak samen met zijn twee broers. Van zijn tiende tot zijn zestiende woont De Vries op het eiland Texel. Zijn vader wordt daar bedrijfsleider van Hotel de Lindeboom. ‘Een fantastische tijd’, geeft hij aan. ‘Zo hadden we de traditie “Ouwe Sunderklaas”. Een eeuwenoud Texels volksfeest op 12 december, een week na Sinterklaas, waarbij verklede eilanders (’speulers’) de actualiteit van het jaar op satirische wijze naspelen (’speulen’) in de dorpen, gevolgd door feest in kroegen en cafés. Maar ook de “Katamaranrace” en “Luilak”, het weekend voor Pinksteren. We gingen dan vroeg in de ochtend de straat op om iedereen wakker te maken.’ Hij moet er nog om lachen wanneer hij het vertelt. ‘Ik weet nog dat we dan groene zeep bij mensen op de ramen smeerden en dat ik een keer 5 liter Dubro heb leeggegoten in de vijver voor het gemeentehuis. Het hele plein zat de volgende dag onder het schuim.’
Wanneer hij 16 is, keert het gezin terug naar Roden. Hij vervolgt daar de LTS in Roden en wanneer hij 18 is, gaat hij in dienst. ‘Terugkeren was geen probleem. De dienstplicht was er toen nog en wij waren de laatste lichting met de groene pakken, voordat de camouflagepakken kwamen.’ De dienstplicht was er voor negen maanden, maar De Vries blijft tien maanden. ‘Ik heb van alles gedaan; van chauffeur van het ziekenautopeloton tot aan munitiecorveeër op de schietbaan.’ Daarbij schiet hij al meteen in de lach. ‘Ik heb echt weleens moeten duiken hoor, omdat die mannen gewoonweg niet wisten hoe ze met een geweer moesten omgaan.’ Hij heeft er een mooie tijd gehad. Bij terugkeer gaat hij wel meteen aan het werk. ‘Op 1 maart 1994 ben ik begonnen als stukadoor/spackspuiter. Ja, inmiddels dus al bijna 32 jaar. Nog steeds met heel veel plezier. Wat ik vroeger wilde worden? Nou, geen stukadoor, denk ik. Ik was heel veel op de boerderij bij mijn oom en de horeca was voor mij geen optie. Altijd op één plek zijn, dat was niet aan mij besteed. Ik wilde onderweg zijn, nieuwe mensen ontmoeten.’
Onderweg is hij nog altijd, niet alleen voor zijn werk, maar ook op stap gaan en reizen vindt hij nog steeds geweldig. ‘Toen ik jong was, gingen we na de Rodermarkt altijd op vakantie naar Tormelinos met mijn ouders. Daarnaast was ik geregeld in Zwitserland bij mijn oom Albert. Dat waren mijn reizen, maar ook met mijn vrienden was ik vaak op “reis”. De stapavonden vonden vaak plaats in Roden , maar we gingen ook wel naar “De White Corner”, “De Snik”in Yde de Punt of zelfs “café De Karre” in Tuk, achter Steenwijk. Mooie tijden waren dat.’ De reizen zijn in de afgelopen jaren wel wat verder gegaan. Zonnige oorden of winterse taferelen, het maakt De Vries niet uit. Als er maar iets te beleven valt, want een week lang op een strand, daar doe je hem geen plezier mee. ‘Ik heb familie wonen in Nieuw-Zeeland waar ik toch wel geregeld heen ga. Als ik ooit ga emigreren, dan zal het ook zeker Nieuw-Zeeland worden. Ik houd van avontuur.’
Een echte levensgenieter, zo mag hij best worden omschreven. Ondanks dat hij ziek werd in 2018, gaat het nu erg goed met hem. In de keuken wacht hem in ieder geval nog een projectje en dus tijd om zich te vervelen is er niet. ‘Ik heb het apparaat weer nodig, aankomend weekend. En ik kon kiezen: of buiten in de kou klussen of binnen. Het vervangende onderdeel is er, dus ik kan verder.’ Dus ook nog een man met twee rechter handen.



