Puur Natuur: De kleuren van mijn jeugd

Afbeelding
Puur natuur

Ik zal een jaar of 8 jaar zijn geweest, toen ik voor het eerst bewust een fazant zag. Het was een warme dag in de zomervakantie. Ik struinde door de duinen van Terschelling, op zoek naar konijnenschedels. Vlak voor me schoot ineens een fladderende en luid “Kok-ok-ok roepende vogel uit het hoge gras omhoog. Ik schrok ervan, maar bleef wel geboeid staan kijken. Wat mij vooral bijbleef, waren die prachtige kleuren. De kop glansde groen, paars en rood in het zonlicht. De lange staart en het koperbruine verenkleed was een kunstwerk op zich. Ik had nog nooit zo’n mooie, opvallende en statige vogel gezien.

Tegenwoordig kom ik de fazant regelmatig tegen tijdens mijn wandelingen door het veld. Ik moet er altijd even naar kijken. Vaak zie je eerst alleen een beweging tussen het gras. Even later steekt de haan zijn kop omhoog. Hij kijkt rustig om zich heen, alsof hij wil weten wie hem heeft gezien. Meestal verdwijnt hij daarna weer geruisloos tussen de planten.

De fazant hoort eigenlijk niet van oorsprong in Nederland thuis. Ooit leefde hij in delen van Azië, rond de Zwarte Zee en de Kaukasus. Al duizenden jaren geleden namen mensen fazanten mee naar andere landen. Eerst waren het de Romeinen die de vogel verspreidden. Later werd hij vooral gehouden op landgoederen. Rijke mensen vonden het mooi om fazanten rond hun huis te hebben. Ook werden ze uitgezet voor de jacht. Zo kwam de fazant uiteindelijk overal in Nederland terecht.

Zijn opvallende kleuren hebben een belangrijke functie. Vooral de haan valt op met zijn glanzende kop, witte halsring en rood gekleurde huid rond de ogen. Daarmee laat hij zien dat hij sterk en gezond is. Hennen kiezen vaak de mooiste haan uit om mee te paren. De hen ziet er heel anders uit. Haar bruine veren met donkere strepen vallen bijna niet op tussen het gras. Dat is handig, want zij broedt op de eieren en moet daarbij zo min mogelijk opvallen voor roofdieren.

Een fazant eet van alles. Zaden, granen, bessen en jonge planten staan op het menu. Maar ook insecten, slakken en wormen worden graag gegeten. Vooral jonge fazantkuikens hebben veel insecten nodig om snel te groeien. Daarom zijn bloemrijke akkerranden en ruige bermen zo belangrijk. Daar vinden ze voldoende voedsel.

Het nest is eenvoudig. De hen maakt een klein kuiltje op de grond, goed verstopt tussen hoog gras of struiken. Daar legt zij meestal acht tot twaalf eieren. Na ongeveer drie weken komen de kuikens uit. Vanaf de eerste dag lopen ze al achter hun moeder aan. Ze moeten snel leren voedsel te vinden en gevaar te herkennen. Niet alle jonge fazanten overleven hun eerste levensjaar. Roofdieren, verkeer en het verdwijnen van geschikte leefgebieden maken het hen niet gemakkelijk.

De fazant speelt ook een rol in verhalen en symboliek. In verschillende culturen staat hij voor schoonheid, trots en geluk. In China is de fazant zelfs een symbool van voorspoed en waardigheid. In oude Europese sagen wordt hij soms gezien als een boodschapper tussen de wereld van mensen en de natuur. Zijn plotselinge verschijning uit het hoge gras maakte vroeger al veel indruk op mensen.

Nog steeds doet de fazant dat bij mij. Elke ontmoeting brengt mij even terug naar dat kind in de duinen van Terschelling. De verrassing is nooit verdwenen. Misschien is dat wel een van de mooie dingen van de natuur. Zelfs een vogel die hier al eeuwen voorkomt, kan je steeds opnieuw blijven verwonderen.

©Andre Brasse – Puur Natuur – juli 2026

Afbeelding

UIT DE KRANT