De niet-kampeerders besloten een paar dagen te gaan kamperen

De niet-kampeerders besloten een paar dagen te gaan kamperen. Schrik niet, wij gingen zeker niet met een tent op pad, we kozen ook niet voor een vouwwagen; nee, - in een vlaag van verstandsverbijstering? Drieste bui? – boekten we vier dagen extra aan onze vakantie in Italië en dat werd een heuse stacaravan. We gingen voor een mega-camping: zeven zwembaden aldaar (eentje mét lazy river!), twee supermarkten, meerdere restaurants en zelfs een klimpark. De voorpret was enorm; er moesten vijf zwembanden aangeschaft worden om met zijn allen de hele dag in de lazy river te kunnen dobberen en oudste dochterlief bekeek allerlei filmpjes van dat klimmen wat hoog op het verlanglijstje stond. Bepakt en bezakt met zo’n beetje alles wat we niet nodig hadden, stonden we na twee lange reisdagen in het veel te hete Toscane. Want oh ja, dat was een klein detail; we hadden Toscane eigenlijk afgezworen in de zomer, maar dat zouden we vast wel vier dagen overleven. Eenmaal bij de receptie was ons al wel duidelijk dat deze camping niet heel vlak oogde. De reisleidster zette direct een dikke streep door onze illusie de auto mooi vóór de caravan te parkeren. Die stacaravan van ons was namelijk alleen per trap te bereiken en dat gaat niet zo lekker met een auto. De verblufte ‘moet ik dan met de koffers al die trappen af?’ werd ietwat verward ontvangen. Later zou ik begrijpen waarom; zo’n koffer gaat niet zo lekker in een stacaravan. De doorgewinterde stacaravan-gangers liepen allemaal met tassen, die perfect passen in de kleine ruimtes van zo’n hok. De koffers van ons – vol met zo’n beetje alles wat we niet nodig hadden, ik herhaal het nog maar even – konden amper naar binnen. Mijn plan om de vier dagen hieruit te leven was op papier prima, maar in de praktijk bleek er nergens plek om die grote lompe dingen open neer te zetten. Terwijl manlief en ik de eettafel opofferden om de koffer open te kunnen klappen en bijna aan het zuurstof moesten na het trappen lopen met die krengen richting onze stacaravan, plofte oudste dochterlief eerst op de wc. ‘Mama, er is hier geen wc-papier’, klonk het binnen een minuut na aankomst. Vertwijfeld keek ik naar manlief, ik had niks mee. Evenals de handdoeken, de theedoek, vaatwastabletten (uiteraard kamperen wij alleen mét vaatwasmachine), koffie en suiker en zo kan ik nog wel even doorgaan. Alles wat niet nodig was, dat zat er zeker in die koffers van ons, maar onervaren in het kamperen als we zijn, had ik verder weinig geregeld. Een nood wc-rol uit de auto bood uitkomst -maar wie ging er weer die trappen op en af? Toscane bleek opnieuw te heet – zeker op een camping met alleen maar steile paadjes - , kamperen bleek opnieuw niet per se bij ons te passen. Klimmen bleek iets te spannend dus manlief en ik moesten twee huilende kinderen uit het parcours laten redden, nummer drie hielden we gezien haar hoogtevrees al beneden. Kommer en kwel was het zeker niet. Die lazy river was geniaal en de vijf zwembanden kwamen ook daarna in ons vaste hotel aan zee goed van pas. We waren nog nooit zo blij met de handdoeken die daar klaar lagen, de bedden die heerlijk breed voelden en zelfs de handzeep werd bejubeld. We hebben spontaan weer geboekt voor volgend jaar. Zo weten we zeker dat we niet in een drieste bui of vlaag van verstandsverbijstering per ongeluk wéér een stacaravan vastleggen.



